H
Het verhaal van "De Tubanters" begint eigenlijk op 16 oktober 1897. Op die gedenkwaardige dag besluiten 18 junioren van de Enschedese voetbalclub PW een eigen vereniging op te richten. Ontevredenheid over de gang van zaken bij PW en hun ambitie om zelf een eerste elftal te vormen, moeten ten grondslag hebben gelegen aan de feitelijke geboorte van de "Enschedese Voetbal en Athletiek Club De Tubanters". Ruim vijfentwintig jaar later, in 1923 om precies te zijn, leken de wegen van "De Tubanters" en "PW" zich toch weer te kruisen. De toenmalige voorzitter John Lansink leidde in dat jaar de besprekingen met "PW" om tot een fusie te komen. Tevergeefs. "PW" hield vast aan een eigen clubnaam en dat was voor voorzitter Lansink, een van de vijftien voorzitters die in honderd Tubantersjaren aan het roer hebben gestaan, reden genoeg om alle fusieplannen af te blazen.
En hoezeer Lansink vanaf dat moment was gehecht aan de eigen identiteit van "De Tubanters" moge blijken uit het feit dat hij nog in datzelfde jaar 1923 de tekst voor het onvolprezen clublied schreef dat vandaag de dag nog menig kampioensfeest luister bijzet. En kampioenschappen kwamen er. Tot het jaar 1944 toen het eerste elfal uit kwam in de N.V.B. (Nederlandse Voetbal Bond) maar liefst acht in totaal. Binnen de KNVB kreeg "De Tubanters" een plaats toebedeeld in de vierde klasse en daarin werd met wisselend succes opgetreden. Drie keer moest het eerste de gang naar de afdeling Twente maken, maar evenzoveel keren keerden de Enschedeërs terug in de competitie van de 'grote' bond. De beginjaren '70 verliepen in sportief opzicht stormachtig voor "De Tubanters". Nauwelijks bekomen van het kampioenschap in 1972 en de daarmee gepaard gaande promotie naar de derde klasse, bereikte het paradepaartje van een steeds verder groeiende vereniging twee jaar later zelfs de tweede klasse.
Tot 1980 handhaafde de ploeg zich op dat hoge niveau. De jaren van sportieve voorspoed waren toen kennelijk voorbij, want binnen twee jaar was "De Tubanters" terug waar het na de oorlog was begonnen; in de vierde klasse. Tien jaar duurde het vervolgens voordat er weer eens een echt kampioensfeest kon worden gevierd, maar toen was het ook direct goed raak: In 1994 de titel in de vierde klasse en een jaar later de sterkste in de derde klasse. Daarmee was het eerste elftal, toch het vlaggeschip van de vereniging, terug in de tweede klasse. Het seizoen 1999-2000 was wederom een groot succes voor De Tubanters 1897. De blauw-zwarten promoveerden weer en speelden in de eerste klasse. Seizoen 2000-2001 werd wederom een groot succes voor het eerste van De Tubanters 1897. Waarbij iedereen dacht aan handhaving werden de blauw-zwarten dik verdiend kampioen van de eerste klasse. Het seizoen 2001-2002 speelde De Tubanters 1897 dus in de Hoofdklasse en mocht zich meten met de beste amateurs van Nederland. Goed voetbal. Helaas bracht te weinig ervaring en daarna een kleine dip de vaandeldrager terug in de Tweede klasse.



